Eindredactie: wat kan AI?
Wie weleens een roman heeft geschreven, weet dat fouten onvermijdelijk zijn. Hoe vaak je je eigen werk ook herleest: je zal immer over bepaalde fouten heenlezen. Voor mij geldt bovendien dat dit een zwak punt is: ik maak snel en veelvuldig typ- en taalfouten tijdens het schrijf- en redactieproces.
Een schrijver dient zijn werk dan ook altijd te laten corrigeren door een ander, en dat deed ik dus ook bij Voorwaartse verdediging, deel I van mijn reeks Het gewicht van Europa. Ann de Craemer heeft het destijds zorgvuldig nagekeken, en daar ben ik haar dankbaar voor.
Voor de nieuwe editie die in 2027 verschijnt naast deel II, De Europeaan als nobele elite, heb ik het manuscript nogmaals laten nalopen, maar nu door Claude, een AI-model. Ik was nieuwsgierig of daar nog iets uit zou komen. Het resultaat verraste mij. Er kwamen tot mijn schrik zo’n 350 echte fouten naar boven: tijdsvormen, aaneenschrijving, een ontbrekend woord, een naam die halverwege anders gespeld werd. Daarnaast markeerde Claude ongeveer 150 twijfelgevallen.
Betekent dat dat de correctrice tekortschoot? Nee. Een mens leest anders: op ritme, toon en de grote lijn, maar na honderden bladzijden glipt onvermijdelijk iets door de menselijke controle. Een AI-tool kan hier uitkomst bieden. AI is onvermoeibaar en sterk in eentonig, systematisch werk. Een ander sterk punt is consistentie: het valt een AI op dat een personage eerst kastanjebruin haar heeft en tweehonderd bladzijden later blond.
De echte fouten liet ik doorvoeren als bijgehouden wijzigingen, zodat ik alles kon controleren. Twijfelgevallen kwamen als opmerking in de kantlijn, en daarover besliste ik per geval zelf. Dat vind ik nodig, want ook een AI zit er soms naast.
Voor de nieuwe roman heb ik geen eindredacteur ingehuurd. Dit heb ik door Claude laten doen op bovenstaande manier, waarbij ook op samenhang werd gelet: namen, locaties en tijdlijn. Daarnaast lezen vijf proeflezers mee, onder wie iemand die bijzonder sterk is in het Nederlands. Als schrijver blijf ik de eindredacteur. Uiteraard moet mijn stem blijven wat hij is. Mijn proza schuurt bewust, met spreektaal in dialogen en in geval van de nieuwe roman een licht ironische verteller die zichzelf graag hoort praten. Dat heb ik vooraf duidelijk gemaakt: alleen echte typ- en taalfouten en inconsistenties aangeven, waarna alle beslissingen door mij worden genomen. AI als correctiehulp dus, niet als co-auteur.
Wat het oplevert is vooral tijd, maar daarnaast ook kostenbesparing. Voor schrijvers zonder groot budget kan dat het verschil maken. Elk twijfelgeval nalopen kost moeite, maar dat is een fractie van wat de eindredactie me bij eerdere romans kostte. Hierdoor kan ik meer tijd besteden aan het schrijven zelf, het creatief verzinnen en schrijven van nieuwe hoofdstukken, het bijschaven van een scène of het denken over hoe een karakter zich het beste verder kan ontwikkelen.
Ik ben altijd kritisch en open over het gebruik van AI-tools. Op mijn blog vermeld ik het expliciet wanneer een essay, analyse of tekst (mede) door AI tot stand is gekomen. Een roman schrijf je zelf. De romantekst is uniek: de eigenzinnige stem en creativiteit van de schrijver. Een AI-tool kan echter wel helpen om de puntjes op de i te zetten.
